Trefwoord:

20-02-2020
Toepassing KOR door scholen met zonnepanelen

Toepassing KOR door scholen met zonnepanelen

De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen beantwoord over de btw-positie van scholen die zonnepanelen op het dak hebben liggen. De vragenstellers willen weten van de staatssecretaris waarom scholen wel recht hebben op aftrek van voorbelasting op zonnepanelen, maar daarna niet onder de kleineondernemersregeling (KOR) vallen. De staatssecretaris merkt op dat sinds 1 januari 2020 de KOR ook voor rechtspersonen geldt, mits de belaste omzet exclusief omzetbelasting niet meer bedraagt dan € 20.000. Scholen, die alleen in de btw-heffing worden betrokken vanwege de levering van opgewekte stroom, zullen in de regel onder deze grens blijven. De school berekent dan geen btw en is vrijgesteld van administratieve verplichtingen voor de stroomlevering. In het jaar van aanschaf kan geen gebruik worden gemaakt van de KOR in verband met het verlies van het recht op aftrek van voorbelasting. In de eerste vier jaar na de aanschaf is mogelijk een herziening van de aftrek van ... lees meer

20-02-2020
Winstuitdeling door oplopen schuld aan bv

Winstuitdeling door oplopen schuld aan bv

Als een aandeelhouder voor persoonlijke doeleinden geld opneemt bij de vennootschap, kan sprake zijn van een winstuitdeling als de aandeelhouder het opgenomen bedrag niet kan terugbetalen. De inspecteur dient aan de hand van feiten en omstandigheden aannemelijk te maken dat de lening niet kan of zal worden afgelost en dat de vennootschap en aandeelhouder zich daarvan bewust waren. Voor een winstuitdeling is verder vereist dat de vennootschap beschikt over winstreserves of dat er toekomstige winsten zijn te verwachten. De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag op aan de dga van een bv. De Belastingdienst merkte de toename van de rekening-courantschuld in 2014 aan als winstuitdeling aan de dga en zijn echtgenote. De dga bestreed dat sprake was van een onttrekking aan het vermogen van de bv. De toename van de rekening-courantschuld kon volgens de dga vrijwel direct worden terugbetaald door herfinanciering bij een professionele geldverstrekker. Daarnaast was de dga eigenaar van een ... lees meer

13-02-2020
Eigen woning en niet-samenlevende partners

Eigen woning en niet-samenlevende partners

De minister van Financiën heeft in een brief aan de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer gereageerd op een vraag over huwelijk en eigenwoningregeling. Het gaat om civielrechtelijke en fiscaalrechtelijke verschillen. Het Burgerlijk Wetboek verplicht een echtpaar niet meer om samen te wonen. Volgens de Wet IB 2001 zijn echtgenoten elkaars fiscale partner, ongeacht of zij samenwonen. Fiscale partners kunnen slechts één woning aanmerken als eigen woning, ook als zij ieder een woning in eigendom hebben. De andere woning wordt aangemerkt als tweede woning en valt in box 3 van de inkomstenbelasting. Het fiscale partnerschap van echtgenoten eindigt op het moment dat zij niet (meer) op hetzelfde woonadres zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen en een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is ingediend. Bij het vervallen van de verplichting tot samenwonen voor gehuwden is aangegeven dat dit geen gevolgen heeft voor de ... lees meer

13-02-2020
Toedeling KIA bij investeringen door samenwerkingsverband

Toedeling KIA bij investeringen door samenwerkingsverband

Een ondernemer die in een kalenderjaar investeert in bedrijfsmiddelen heeft recht op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Dat is een extra aftrekpost die in mindering komt op de winst van het jaar waarin de investering is gedaan. De hoogte van de KIA is gerelateerd aan het investeringsbedrag. Als de onderneming wordt gedreven in de vorm van een samenwerkingsverband met andere ondernemer, zoals een vof, worden voor de berekening van de hoogte van de KIA de investeringen van alle betrokken ondernemers voor het samenwerkingsverband samengeteld. Tot 2010 was de KIA een percentage van het investeringsbedrag en daalde dat percentage naarmate het investeringsbedrag hoger werd. Op deze manier werd bereikt dat een ondernemer in een samenwerkingsverband een lager recht op KIA had dan wanneer zijn aandeel in het investeringsbedrag afzonderlijk zou worden beoordeeld. Met ingang van 2010 is de systematiek van de KIA gewijzigd, waardoor de samenhang tussen hoogte van het investeringsbedrag en ... lees meer

13-02-2020
Einde ingezetenschap voor AOW-verzekering

Einde ingezetenschap voor AOW-verzekering

Voor de AOW zijn ingezetenen van Nederland en niet-ingezetenen, die binnen Nederland in dienstbetrekking werkzaam zijn, verzekerd. Oorspronkelijk gold de verzekering vanaf de leeftijd van 15 jaar tot de leeftijd van 65 jaar. Door de verhoging van de AOW-leeftijd is ook de leeftijd waarop de verzekering begint verhoogd. Een ingezetene van Nederland is een persoon die in Nederland woont. Waar iemand woont wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Om te bepalen waar iemand woont, moet volgens jurisprudentie van de Hoge Raad rekening worden gehouden met alle daarvoor in aanmerking komende omstandigheden. Deze omstandigheden moeten van dien aard zijn dat een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en Nederland. De Centrale Raad van Beroep heeft onlangs geoordeeld dat het vertrek van een ingezetene naar de VS in augustus 1985 in verband met een opleiding niet direct als definitief kan worden aangemerkt. De duur van de opleiding stond niet vast. In die periode werd ... lees meer

13-02-2020
Opzegging tijdens proeftijd ingetrokken

Opzegging tijdens proeftijd ingetrokken

Het opnemen van een proeftijdbeding in een arbeidsovereenkomst is toegestaan als de overeenkomst langer duurt dan zes maanden. De proeftijd mag maximaal één maand bedragen als de arbeidsovereenkomst korter duurt dan twee jaar. Een proeftijd is alleen rechtsgeldig als deze schriftelijk is overeengekomen. Een proeftijd kan zelfs na het ingaan van de arbeidsovereenkomst overeengekomen worden. De periode wordt dan verkort met de tijd dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een duur van zeven maanden omvatte een proeftijdbeding. De eerste maand van de overeenkomst gold als proeftijd. De arbeidsovereenkomst was ingegaan op 1 mei 2019. Op 29 mei 2019 ontving de werknemer een schriftelijke arbeidsovereenkomst. Op 30 mei 2019 deelde de werkgever de werknemer schriftelijk mee dat de arbeidsovereenkomst met inachtneming van het overeengekomen proeftijdbeding per direct werd beëindigd. De werknemer bestreed de geldigheid van het ... lees meer

06-02-2020
Uitstel verplicht gebruik eHerkenning

Uitstel verplicht gebruik eHerkenning

In verband met de ophef over het verplichte gebruik van eHerkenning geeft de Belastingdienst ondernemers die zelf aangifte loonheffing doen uitstel tot 1 juli 2020. Dit in verband met het nieuwe inlogmiddel eHerkenning. Het uitstel betreft zowel het doen van aangifte als de betaling. Het uitstel wordt automatisch verleend. De Belastingdienst zal de groep ondernemers voor wie dit geldt binnenkort per brief informeren. ... lees meer

06-02-2020
Toelichting fiscale gevolgen Brexit

Toelichting fiscale gevolgen Brexit

In een besluit heeft de staatssecretaris van Financiën een toelichting gegeven op de fiscale gevolgen van de Brexit gedurende de overgangsperiode van 1 februari 2020 tot en met 31 december 2020. Tijdens deze overgangsperiode blijft het gemeenschapsrecht voor het grootste deel gelden en is nationaal overgangsrecht niet nodig. De inwoners van het Verenigd Koninkrijk (VK) worden tijdens de overgangsperiode beschouwd als inwoners van een EU-lidstaat. Dit betekent onder andere het volgende: Inwoners van het VK kunnen het gehele belastingjaar 2020 kwalificerende buitenlandse belastingplichtige zijn. Inwoners van het VK behouden onder voorwaarden het recht op het belastingdeel van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Werkgevers kunnen de regelingen met betrekking tot het anoniementarief en de identificatieplicht ongewijzigd uitvoeren voor onderdanen van het VK. De afdrachtvermindering zeevaart bedraagt voor een zeevarende, die in het VK woont, 40% van de ... lees meer

06-02-2020
Vrijstelling vennootschapsbelasting vereniging

Vrijstelling vennootschapsbelasting vereniging

Verenigingen en stichtingen zijn vennootschapsbelastingplichtig indien en voor zover zij een onderneming drijven. Er geldt een vrijstelling voor verenigingen en stichtingen als de winst in een jaar niet meer bedraagt dan € 15.000 of als de winsten van het jaar en de vier voorafgaande jaren tezamen niet meer bedragen dan € 75.000. Als in een van deze vijf jaren een verlies geleden wordt, wordt de winst voor dat jaar gesteld op nihil. Volgens de parlementaire moet de winstdrempel voorkomen dat grote verenigingen en stichtingen met professionele ondernemingen een beroep op de vrijstelling doen. Om deze reden is opgenomen dat de winst in een verliesjaar op nihil wordt gesteld. Een vereniging behaalde in het eerste jaar van haar bestaan een winst van € 9.884. In het tweede jaar bedroeg de winst € 28.433 en in het derde jaar € 31.414. De vereniging deed over het derde jaar een beroep op de vrijstelling van vennootschapsbelasting omdat de cumulatieve winstdrempel van ... lees meer

30-01-2020
Geen kinderbijslag door mini-job in Duitsland

Geen kinderbijslag door mini-job in Duitsland

Binnen de Europese Unie geldt het beginsel dat de socialezekerheidswetgeving van slechts één van de lidstaten van toepassing is. Een van de uitgangspunten van de EU-regelgeving is dat de wetgeving van toepassing is van de lidstaat waar iemand in loondienst werkt, zelfs als deze persoon in een andere lidstaat woont. Volgens het Hof van Justitie EU mag een lidstaat afwijken van dit beginsel door onder bepaalde voorwaarden aan een migrerende werknemer gezinsbijslagen of een ouderdomspensioen toe te kennen. De lidstaat is daartoe niet verplicht. Volgens de Nederlandse wetgeving is een ingezetene hier niet verzekerd voor de sociale verzekeringen als hij in een andere lidstaat werkt. Dat geldt ook als deze migrerende werknemer in geen recht heeft op uitkering op grond van de wetgeving van de werklidstaat. De Hoge Raad heeft, na beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof van Justitie EU, geoordeeld dat een inwoonster van Nederland met een beperkte ... lees meer

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

Inschrijving wijzigen of inloggen op ons Nieuwsarchief

[/column]